Steeds meer plasdrassen voor weidevogels

Door Gerrit Gerritsen
Auteur en WetlandWacht

 

ls delta van IJssel, Rijn, Maas en Schelde heeft Nederland vanouds veel natte leefgebieden voor vogels, zoals kwelders, moerassen en natte graslanden. Daarom werd NEDERland een paradijs voor ganzen, eenden, reigers, sterns en steltlopers. Zowel om te broeden als om tijdelijk neer te strijken op hun trektochten tussen Noord en Zuid of Oost en West. Dat veranderde rigoureus toen de polders werden drooggemalen voor de landbouw. Gelukkig zijn er steeds meer plasdrassen, ziet vogelbeschermer Gerrit Gerritsen op zijn fietstochten door de polders. Vogelbescherming stond mede aan de basis van deze vernatte weilanden.

 

 

Eeuwenlang bestond er een soort status quo tussen de vogels en de Nederlanders. Dat veranderde stapsgewijs toen de landbouw een grotere rol ging spelen. Boeren vestigden zich eerst op de hoger gelegen gronden, omdat die het veiligst waren tijdens vaak voorkomende overstromingen. Maar door het bouwen van dijken en de komst van windmolens en gemalen, wisten de Nederlanders vervolgens enorme arealen natte wildernis om te vormen tot landbouwgrond, vooral in gebruik door melkveehouders.

Die situatie leverde een enorme toename van de voedselproductie per hectare op. Na de Tweede Wereldoorlog accelereerde dat sterk door ruilverkavelingen, kunstmest, beter vee en diepe ontwateringen van de polders. Het eeuwenlange beeld van uitgestrekte natte natuurlijke graslanden, veranderde in slechts enkele decennia tot productieve ‘grasfaltpolders’ met één soort strakgemaaid gras, bedoeld om aan de koeien op stal te voeren. Het weer bepaalde niet langer het waterpeil in deze polders, maar krachtige gemalen gingen de boventoon voeren, bediend door waterschappen, waarin landbouwbelangen domineerden. Zo werden onze graslanden droger en droger en moest de natuur een flinke veer laten.

 

 

Verdroging

Natuurbeschermingsorganisaties hebben decennia op de impact van deze verdroging gewezen en vroegen de overheid effectieve maatregelen te nemen. Dat leverde weinig op. Dan moesten ze het zelf maar laten zien. Natuurbeheerders als Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en de Landschappen konden een aantal weidevogelreservaten realiseren en herstelden het hoge waterpeil. De weidevogels reageerden meteen. De grutto's namen weer toe en watersnippen keerden terug.

Maar deze reservaten zijn klein, te klein. Ze konden onmogelijk compenseren wat er verloren was gegaan. Vernatting van boerenland was dus een essentiële volgende stap. De beste maatregel zou dan peilverhoging in hele polders zijn, maar daarover waren de boerenmeningen te verdeeld. Bijna altijd was slechts een minderheid voor peilverhoging.

 

 

Nederland-Gruttoland

Dan maar vernatting per boerderij. Dit werd vanaf 2003 getest in drie Hollandse en drie Friese gebieden binnen het project Nederland-Gruttoland, waarvan Vogelbescherming mede-initiatiefnemer was en dat werd gefinancierd door de Postcode Loterij. Op laaggelegen percelen werden in februari mobiele waterpompen geplaatst op zonne-energie. In enkele weken ontstonden zo hele natte graslanden, zogenaamde plasdrassen.

 

Vogelmagneten

Als de weidevogels in maart terugkeerden, landden ze hier graag. Sterker nog, de plasdrassen bleken echte vogelmagneten. Prima plekken om te eten, baden en poetsen. En om op je partner te wachten. Hoewel veel weidevogels ieder jaar dezelfde partner hebben, kunnen ze op heel verschillende plekken overwinteren. En elkaar dan weer ontmoeten op bijvoorbeeld die prachtige plasdrassen bij boer Murk in Wommels.

Om te voorkomen dat de plasdrassen een val werden, bleek het belangrijk om een aantal percelen rondom de plasdras laat te maaien, zodat de weidevogels daar ook veilig konden broeden.

Meer dan 1000 vogelplasdrassen

Boeren ontdekten snel dat ze met een plasdras de weidevogels konden lokken naar dat deel van hun boerderij waar het ze het beste paste. Er kwamen subsidies voor de pompen en vergoedingen voor de boeren, omdat ze op deze natte percelen minder gras voor de koeien konden oogsten.

Inmiddels zijn er meer dan 1000 van deze vogelplasdrassen in ons land en het aantal groeit jaarlijks. Het helpt broedende weidevogels maar ook tienduizenden trekvogels die in het buitenland broeden. Je kunt er tientallen kemphanen, regenwulpen, slobeenden en wintertalingen zien en op de grote plasdrassen kunnen honderden grutto's overnachten.

 

Parels van hoop

Op mijn fietstochten door de polders van West-Overijssel kom ik dagelijks meerdere plasdrassen tegen. Heerlijke plekken om te genieten van het boeiende gedrag en de geluiden van onze weidevogels en vorig voorjaar werd ik verrast door zeldzame vogels als kraanvogel of een witoogeend.

Natuurlijk zijn deze plasdrassen geen volledige compensatie voor al die te diep ontwaterde graslanden, maar ik zie ze als ‘parels van hoop’ op weg naar een grootschaliger herstel van ons weidevogellandschap.

 

 


Levend Landschap

In het project Levend Landschap werken boeren, natuurorganisaties en Bionext samen aan een toekomst waarin landbouw en natuur elkaar versterken. In de nieuwe film – gemaakt door Bionext – krijgen we een inspirerend kijkje in de wereld van natuurinclusief werken binnen de biologische melkveehouderij.

Op De Bischopshoeve en Biologische Melkveehouderij Hillekens Hoeve zien we hoe boeren met hart en ziel bouwen aan een veerkrachtig landschap. Met aandacht voor bodemleven, biodiversiteit en gezonde weides ontstaat een landbouwsysteem dat niet alleen voedsel produceert, maar ook ruimte biedt aan het leven om ons heen.

Een bijzonder onderdeel van de film is het verhaal over de weidevogels, verteld over onze vereniging. Je ziet hoe zorgvuldig beheer, tijdige maaiperioden en samenwerking ervoor zorgen dat soorten als de grutto, kievit en tureluur hun plek behouden in het boerenland. Het laat zien wat er mogelijk is wanneer vakmanschap en natuurzorg hand in hand gaan.

De film brengt mensen, bedrijven en natuur samen in één krachtig verhaal:een levend landschap begint bij boeren die de toekomst durven vormgeven.

Geluiden van weidevogels.